Direct naar inhoud

Uitleg

Hoe bereken je een percentage?

Hier leer je de drie procentberekeningen die je het vaakst nodig hebt: hoeveel een percentage van een bedrag is, hoeveel procent het ene getal van het andere is en hoe groot een stijging of daling in procenten is.

Zo werkt rekenen met procenten

Een percentage is een deel van honderd. Bij elke procentberekening draait het om drie getallen: het geheel, het deel en het percentage. Ken je er twee, dan kun je de derde uitrekenen. Bij een stijging of daling vergelijk je een oude en een nieuwe waarde; de oude waarde is dan het geheel.

De formules

Hoeveel is X% van een bedrag?

uitkomst = bedrag × percentage ÷ 100

Hoeveel procent is A van B?

percentage = A ÷ B × 100

Procentuele stijging of daling

verandering = (nieuwe waarde − oude waarde) ÷ oude waarde × 100

Is de uitkomst positief, dan is er sprake van een stijging; is die negatief, dan gaat het om een daling.

Rekenvoorbeelden

Voorbeeld 1: korting uitrekenen

Een jas kost € 120 en is 25% afgeprijsd.

  1. Korting: 120 × 25 ÷ 100 = € 30
  2. Nieuwe prijs: € 120 − € 30 = € 90

Je betaalt € 90 en bespaart € 30.

Voorbeeld 2: hoeveel procent is het?

Je hebt 30 van de 120 vragen in een toets fout.

  1. 30 ÷ 120 = 0,25
  2. 0,25 × 100 = 25%

Je hebt 25% van de vragen fout, en dus 75% goed.

Voorbeeld 3: stijging van de huur

Je huur gaat van € 900 naar € 945 per maand.

  1. Verschil: 945 − 900 = 45
  2. 45 ÷ 900 = 0,05
  3. 0,05 × 100 = 5%

Je huur stijgt met 5%.

Voorbeeld 4: daling van een energierekening

Je maandbedrag gaat van € 250 naar € 200.

  1. Verschil: 200 − 250 = −50
  2. −50 ÷ 250 = −0,2
  3. −0,2 × 100 = −20%

Je maandbedrag daalt met 20%.

Veelgemaakte fouten en aandachtspunten

  • Delen door de verkeerde waarde

    Bij een stijging of daling deel je altijd door de oude waarde. Van 900 naar 945 is 5% stijging; terug van 945 naar 900 is maar 4,76% daling.

  • Een stijging en daling van hetzelfde percentage heffen elkaar niet op

    Stijgt 100 met 50%, dan krijg je 150. Daalt 150 daarna met 50%, dan houd je 75 over, niet 100.

  • Opeenvolgende kortingen optellen

    20% korting en daarna nog eens 10% is geen 30%. Van € 100 wordt € 80, en 10% daarvan eraf geeft € 72: in totaal 28% korting.

  • Procent en procentpunt verwarren

    Van 2% naar 3% is 1 procentpunt erbij, maar procentueel een stijging van 50%. Kijk goed welke van de twee bedoeld wordt.

Veelgestelde vragen

Zelf uitrekenen?

De Percentagecalculator doet alle drie de berekeningen op één pagina. Vul in wat je weet en de uitkomst verschijnt meteen, inclusief of het om een stijging of een daling gaat.

Gebruik de Percentagecalculator gratis

Meer uitleg